DE GESCHIEDENIS VAN
LUCRETIA BORGIA

op rijm verteld door
Een Ouden Zeeman


Ouden Zeeman Het is een merkwaardig boekje.
Geschreven in 1967, maar de tekst doet met zijn archaïsche naamvallen en ongebruikelijke woorden veel ouder aan. De schrijver noemt zich "Een Ouden Zeeman".

Het zal nu lastig zijn het boekje te vinden. Het was een uitgave van de schrijver in eigen beheer om aan vrienden en kennissen uit te delen. Een grote oplage kende het in 1968 door Buijten & Schipperheijn uitgegeven boekje niet.
De Koninklijke Bibliotheek lijkt het niet te bezitten. Het staat wel in de database van wordcat.org, maar is daar niet opvraagbaar. Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam zou wel een exemplaar (gehad?) moeten hebben.

Wie de schrijver was, dat weet ik wel.
Het was mijn grootvader, H.J. van der Stad, in 1887 in Nijmegen geboren. Als gepensioneerd marineofficier had hij veel interesses en bezigheden. Waaronder geschiedenis, scheepvaart, marine, taal en dichtvorm. In 1961 had hij de Jaarzang van de Haarlemse rederijkerskamer "Trou Moet Blijcken" geschreven. Een paar jaar later volgde dan de op rijm vertelde geschiedenis van Lucretia Borgia, waarbij het er vooral om ging allerlei obscure en bijzondere scheepsuitdrukkingen aan de vergetelheid te onttrekken.

Het leek me leuk om de tekst op internet te zetten. Ik denk dat de Oude Zeeman ook voor die manier van publiceren had gekozen, zou hij nu leven.
Ik denk niet dat het een literair hoogstandje is. Het rijmt wel goed en het metrum zal ongetwijfeld kloppen. Soms lijkt het wat gekunsteld, maar er zijn ook verschillende stukken die erg onderhoudend en goed zijn.
Hieronder volgt de tekst van het boekje. Ik heb overal de interpunctie en spelling van de oorspronkelijke uitgave gehandhaafd.


Contact: Mail

DE GESCHIEDENIS VAN LUCRETIA BORGIA

op rijm verteld door Een Ouden Zeeman


INHOUD

Inleiding.
Zang 1: Haar Familie.
Zang 2: Trieste Jeugdervaring.
Zang 3: Karakter- en Persoonsbeschrijving.
Zang 4: Haar Eerste en Tweede Huwelijk.
Zang 5: Haar derde Huwelijk met Treurigen Afloop.
Zang 6: Het Wanhopige Weeuwtje.
Zang 7: Eind Goed Al Goed.

De verklaring van een aantal marine- en zeemanstermen geschiedt in noten aan de rechterzijde.


Inleiding

De opzet bij het maken van dit vers is geweest om een aantal marine- en zeemanstermen, welke in mijn jeugd nog in gebruik waren en die thans in vergetelheid dreigen te geraken (zo zij niet reeds vergeten zijn) nog eens een ogenblik vast te leggen. De oorzaak van dit vergeten raken is, dat die uitdrukkingen veelal zijn ontstaan in den zeiltijd en men tegenwoordig den oorsprong niet kent, noch de betekenis begrijpt, zoals ik in mijn latere jaren moest ontwaren bij jonge marine-officieren.

Als voorbeeld zou ik willen noemen de uitdrukking "de kloten zitten voor het blok", waar burgers van den wal dikwijls van maken "hij zit met zijn kloten voor het blok", hetgeen niet erg netjes klinkt en wat bovendien onzin is. Toch was dit in de zeemanstaal een gewone en absoluut niet onbehoorlijke uitdrukking. Maar ja, dan moet men haar werkelijke betekenis kennen (zie noot 37). Ook "de Breeveertien opgaan", wat tegenwoordig wel volkomen foutief wordt gebruikt in de betekenis van "het zeegat uitgaan", of "het ruime sop kiezen", is zo'n voorbeeld (zie noot 34). Ten gerieve van de genoemde "burgers" en ook van moderne zeelui heb ik in de noten een aantal namen, termen en uitdrukkingen verklaard.

Dat ik voor mijn vers Lucretia Borgia als slachtoffer heb genomen, is het gevolg van toevallige omstandigheden, doch wel moeten over haar enige gegevens volgen, speciaal wegens het aantal harer huwelijken.

Lucretia Borgia, geboren 19 April 1479, was het derde kind van Vanozza dei Cantanei en Kardinaal Rodrigo Borgia (feitelijk Borja, hij was een Spanjaard), later Paus Alexander VI (1492-1503). Zij werd door haar vader en ook haar broer Cesare (1475-1507) voornamelijk beschouwd als middel om door haar uit te huwelijken aan rijke en politiek belangrijk geachte mannen hun eigen positie te verstevigen.

Had haar man zijn dienst gedaan of voldeed het huwelijk niet aan de verwachtingen, dan werd er naar een nieuwen echtgenoot voor haar omgekeken. Met haar eersten man, Giovanni Sforza, een slappe figuur, was men spoedig klaar. Bij de daarop volgende wijdlopige echtscheidingsprocedure (de schijn van wettelijkheid moest bewaard blijven) nam Sforza veiligheidshalve de wijk naar zijn bezitting Pesaro.

Er is in dien tijd op het Vaticaan een jongentje geboren; de buitenwereld zei, dat het een kind was van Lucretia en dat Cesare of de Paus zelf de vader was. Tenslotte heeft de Paus in een decreet verklaard, dat het knaapje een kind was van Cesare en een onbekende (!?) vrouw. Enfin, de jongen werd later opgevoed door Lucretia als haar "neefje".

Ook echter is er het verhaal, dat het kind afkomstig was uit een tweede huwelijk van Lucretia. Dit zou een dusdanig fiasco zijn geweest, dat het huwelijk snel werd ontbonden, waarna men de zaak heeft doodgezwegen. Hoewel deze lezing mij als geheel genomen niet erg waarschijnlijk voorkomt, heb ik haar toch - zo men wil als dichterlijke vrijheid - voor mijn vers aangehouden, omdat dit beter uitkwam.

Haar derde(?) huwelijk met Alfonso, Hertog van Bisceglia, was wel gelukkig. Bisceglia verzette zich als Spanjaard tegen de pro-Franse politiek van den Paus in die dagen en daar hij verder niet zo meegaande was, als schoonvader en zwager wensten, luidde direct het parool: "weer scheiden". Nu deed zich de moeilijkheid voor, dat het jonge paar weigerde in een scheiding toe te stemmen. De familie kennende, begrepen zij welke gevaren nu dreigden. Zij namen de grootste omzichtigheid in acht, o.a. tegen vergiftiging van Alfonso, maar desondanks heeft Cesare kans gezien hun goed afgesloten woning door een bovenraam binnen te dringen en zijn zwager te wurgen. (Volgens anderen drong hij door een deur binnen en bracht hij zijn beul mee om "het vuile werk" te doen; 1500). Zij had uit dit huwelijk een zoontje, dat vrij jong is overleden.

In haar laatste huwelijk (1501) met den zoon van den Hertog van Ferrara, die later zijn vader opvolgde, hadden zij noch hij veel zin. Politieke belangen van den Paus wonnen het pleit en tenslotte pakte het nog goed uit. Geleidelijk had een grote verandering bij haar plaats; zij werd zeer vroom, kleedde zich zedig en wijdde zich geheel aan de opvoeding van haar vijf kinderen. Voorts droeg zij door het aantrekken van geleerden en kunstenaars er toe bij den glans van het hof te Ferrara te vergroten.

Zij overleed 24 juli 1519 (na tien dagen tevoren een dood kind ter wereld te hebben gebracht) betreurd door haar man en vele anderen.

In haar jonge jaren heeft zij zich zeker wel misdragen, hoewel dit in romans e.d. schromelijk wordt overdreven. Men moet hierbij niet uit het oog verliezen, dat haar opvoeding (haar vader misbruikte zijn elfjarige dochtertje al voor het bereiken van bepaalde doeleinden (zie Zang 2) en de hele sfeer van het Italië der renaissance, gevoegd bij de bacchanaliën op het Vaticaan nu niet direct een middel waren om haar te maken tot een preuts kostschoolmeisje.

Men krijgt wel den indruk, dat zij geen krachtige persoonlijkheid was en zij zich als willoos werktuig liet gebruiken. Dat zij later zo veranderde, is vermoedelijk ook wel te danken aan de omstandigheid, dat na den dood van haar vader (1503) de invloed van haar familie een einde nam en zij toen zichzelf kon zijn.

DE SCHRIJVER

Haarlem, Augustus 1967.


LUCRETIA BORGIA

Zang 1: Haar Familie.

Haar vader was een Kardinaal,
        wat wel wat slordig stond,
maar in dien goeden ouden tijd
        men zo heel erg niet vond.
Als blindeman 1 aan 't roer koos hij,
        jong zijnd, een zielsvriendin
en uit dit geestelijk contact
        ontstond dra een gezin.
Moe bij den bakkerswagen 2 hielp
        de huishouding besturen;
een stroman kreeg z'als echtvriend, dat
        voorkwam geklets van buren.
Haar Pa, Rodrigo, wist heel goed,
        zoiets gaf geen commotie
en 't heeft hem dan ook niet geschaad
        bij maken van promotie.
Zijn kans op Paus bleef even groot
        als die van ieder ander;
hij werd gekozen en werd zo
        de zesde Alexander.
Nu kon bij zorgen voor zijn kroost
        meteen zonder verwijlen
hij lustig, melkmeid opgetuigd 3,
        vrij voor den wind gaan zeilen.
Lucretia had nog drie broers.
        De tweede was Cesare;
die was geweldig sterk en knap,
        maar hij was wel een rare.
Hij was een man, die met plezier
        zijn besten vriend bedroog;
heel sluw en onbetrouwbaar stond
        hij immoreel zeer hoog.
Zijzelf was maar een stuk in't spel
        van Pa's en Cees' ambities
en zo geraakte zij heel vaak
        in lastige posities.
Want door dat stel beloodst hoeft wis
        niet meer worden gevraagd,
waarom haar levensscheepje in
        de branding is verdaagd 4.
Met al zijn kind'ren had de Paus
        meteen heel grote plannen;
om te beginnen bracht hij hen
        vast goed onder de pannen.
Zelf had hij er een hekel aan
        om rond Kaap Snert 5 te varen,
derhalve wilde hij thans ook
        zijn kroost dat lot besparen.
Zijn oudste zoon werd Hertog, maar
        die had daarvan kort pret,
want door afgunstigen werd hij
        gewoonweg vrijgezet 6.
Zodat men hem een morgen vroeg
        dood in den Tiber vond:
tussen de Oostenrijkers 7 dreef
        de jonge Duc daar rond.

 

Top  

verklaring van een aantal marine- en zeemanstermen:

  1. Blindeman:
    hulproerganger; hielp roerganger bij draaien van dikwijls zwaar te behandelen handstuurrad op oude schepen.
     
  2. Bakkerswagen:
    houten kast gebouwd rond trommel van handstuurrad (veelal op achterschip als noodstuurinrichting); is van boven afgesloten met 2 naar weerszijden aflopende deksels, waardoor nazien en smeren mechanisme mogelijk is.
     
  3. Melkmeid optuigen:
    aan beide zijden de lijzeilen bijzetten; deze werden gevoerd aan verlengspieren van de raas, vandaar vergelijking met juk waaraan melkemmers. Was alleen mogelijk bij koersen vóór of zeer ruim van den wind.
     
  4. Verdagen:
    afdrijven, verlijeren (met in, naar, op), b.v. verdagen op lager wal.
     
  5. Rond Kaap Snert varen (ook wel bijleggen bij K.S.):
    wanneer er nog slechts snert te eten kan worden gegeven, dus schraalhans keukenmeester is.
     
  6. Vrijzetten:
    buiten boord, overboord gooien.
     
  7. Oostenrijkers:
    drijvende faecaliën.

Zang 2: Trieste Jeugdervaring.

Maar voor Rodrigo Paus werd, moest
        hij eerst veel kinken klaren 90.
Een Kardinaal, van tachtig, had
        bij voorbeeld steeds bezwaren.
Rodrigo zocht hem op. Hij dacht,
        misschien kan ik het rooien
en met den ouden baas het wel
        op een accoordje gooien.
Of d'Oude hierop had gewacht,
        zei die: "Het is gemaakt.
"Stuur mij je dochtertje aan boord,
        alléén en moedernaakt."
Hier stemde Pa direct mee in;
        hij was al zeer tevree,
dat d'oude Heer geen aanslag op
        zijn spaarbankboekje dee.
Bijzonder kwam die regeling
        Rodrigo goed van pas,
omdat het juist laagwaterspring 8
        toen in zijn schatkist was.
Lucretia was echter woest
        en maakte groot misbaar;
kwaad riep zij uit: "Die ouwe vuns
        blijft van mij ketelaar 9 !!"
Maar 't eind van 't liedje was, zij ging
        erheen op 's vaders last,
braaf en gehoorzaam, zoals het
        een goede dochter past.
Zij is toen van den Oude wel
        opeens heel erg geschrokken:
als 'n koelzeil 10 zakt'-nie in elkaar,
        ging morsdood van de sokken.
Het arme kind kroop angstig weg,
        ontdaan!, op het galjoen 11,
luid snikkend: "Het was niet mijn schuld,
        ik kon er niks aan doen."
Haar vader vond haar overstuur,
        juist ging zij van der eigen.
Met een glas apenmelk 12 wist hij
        haar op de been te krijgen.
Hij troostte haar zeer taktvol: "Meid,
        kom, stel je niet zo aan.
"Het is de pracht! Nu is voorgoed
        die lastpost van de baan."

 

Top  

verklaring van een aantal marine- en zeemanstermen:

  1. Kinken klaren:
    Valse draaien of slagen in een kabel of touw er uit slaan. [Deze noot is anders genummerd, deze kwam nl. niet voor in de oorspronkelijke tekst maar was pas bij de errata toegevoegd]
     
  2. Laagwaterspring:
    laagwater bij springtij, waarbij dus de eb het laagst is.
     
  3. Ketelaar:
    iemand die verhinderd is aan maaltijd deel te nemen en voor wien door kok eten wordt bewaard;
    ketelaar blijven of van iets blijven:
    het nooit krijgen, definitief ernaast staan.
     
  4. Koelzeil:
    dikwijls zeildoeks koker d.m.v. rotan ringen opengehouden en waardoor frisse lucht in benedenschip blies; brak de ophouder of werd deze gevierd, dan zakte zo'n koelzeil als een harmonica in elkaar. Vandaar de uitdrukking "als een koelzeil in elkaar zakken".
     
  5. Galjoen:
    privaat; naam ontleend aan uitbouw boven water voor voorsteven en waarin de gemakken voor manschappen zich bevonden. Later to en die galjoenen niet meer werden aangebracht, bleef de naam als voor privaat nog lang in gebruik, ook voor al die accommodaties aan boord.
     
  6. Apenmelk:
    jenevergroc; gebruikelijke avonddrank aan boord voor sodawater met cognac en later Whisky in gebruik kwam.

Zang 3: Karakter- en Persoonsbeschrijving.

Lucretia groeide niet op
        tot schuchter maagdelijn;
toch was zij zeer de aandacht waard,
        want heus ze mocht er zijn.
Met háár, blond als manillatros 13,
        kluisgaten vol van vuur,
ook niet te dik en niet te dun,
        maar prettig van postuur.
Goed in den voorboel zittend 14, toch
        niet plomp als een barkas.
Geen zware batterij. (Daar zij
        en flûte bewapend 15 was).
En op haar slanke achterschip
        rees boven 't hennegat 16
haar mooie spiegel. Ja, zij was
        een sierlijk, fraai fregat.
Zeer dartel was zij, ijdel, wuft;
        van kloot tot zaathout 17 lag
zo knap onder het tuig 18 zij steeds,
        als men 't maar zelden zag.
Het mansvolk zag op een partij
        haar altijd gaarne komen,
zij bracht het hoofd op hol van de
        jeunesse dorée van Rome.
Wanneer tot gaan dus naar een feest
        Lucretia had besloten,
dan leek het of daar alle hens
        was voor den boeg gefloten
19.
Als van een apentafel 20 keek
        zij peilend er dan rond
de zaal door, zoekend naar een plaats
        met goeden ankergrond.
Kreeg zicht zij van een groepje nu
        zeer vrolijk met zijn allen,
dan was het "Uit den Ketting!" 21 en
        liet daar zij 't anker vallen.
Zo "Feesten" was geblazen, zou
        haar niets kunnen beletten
meteen maar anker-op te gaan 22
        om daarheen koers te zetten.
Maar van haar zakgeld kon zij niet
        zo heel veel passagieren,
dus hing zij vaak van and'ren af,
        als zij eens feest wou vieren.
En praaide haar een rappe gast,
        zij liet zich gaarne nooien
om eens met hem - ná traktement! 23 -
        wat te gaan rinkelrooien.
Kwam zij zo'n knaap in zicht gelopen,
        die nam gauw torn 24 van haar,
beleggend zonder op te komen 25.
        Begrijpelijk niet waar?
Want laat ons wel zijn, zegt nu eens,
        ja, als wijzelf het waren,
wie zou niet met zó'n meeligger
        graag uit plezieren varen?
Schiet zulk een speeljacht men langszij,
        er is nooit veel bezwaar;
die vlotte juffers staan meestal
        wel met een smaktouw 26 klaar.
Doch in de huishouding was het
        met haar geen steek gedaan;
nooit zou zij lustig uit zichzelf
        eens psalmenzingen 27 gaan.
Was voor een dans- of eetfestijn
        haar geestdrift niet te remmen,
goed spreeuwenschieten 28 deed zij nooit,
        zomin als snaren temmen 29.
De boot hield z'af 30 in de kombuis
        en ook bij lappenaaien 31,
maar overuren maakte zij
        volop bij pierewaaien.
Zodat na al wat werd gezegd
        het niet verbazen zal,
dat zij terugkwam van den wal
        soms lang na overal 32.
Het gaf haar vader heel veel zorg;
        die dacht, ik kan niet hopen,
dat zulk een schip, zo slap op 't roer 33,
        niet uit den koers zal lopen.
Maar zijn positie was toch wel
        een steun in haar bestaan,
want anders was zij zeker de
        Breeveertien 34 opgegaan.

 

Top  

verklaring van een aantal marine- en zeemanstermen:

  1. Manillatros:
    tros van manillavezels; heeft (nieuw) korenblonde kleur.
     
  2. Goed in den voorboel zitten:
    wordt gezegd van vrouwspersoon met stevige, flink ontwikkelde buste.
     
  3. En flûte bewapend:
    noemde men een schip, als de onderste -dus zwaarste- batterij was ontscheept, b.v. om plaats te maken voor troepenvervoer. (S.P. l'Honoré Naber noemde het een mooie naam voor een lelijk iets).
     
  4. Hennegat:
    gat in achterschip of achtersteven voor doorlaten roerkoning.
     
  5. Van kloot tot zaathout:
    van top tot teen. (Kloot bolvormige knop, hier van mast; zaathout: zware huidgang tegen of op kiel ter versterking van langsverband, dus onderin het schip).
     
  6. Knap onder het tuig liggen:
    zeer goed gekleed gaan.
     
  7. Alle hens voor den boeg fluiten:
    gehele equipage aan dek fluiten b.v. voor toespraak of algemene mededeling; de mensen niet aangetreden zijnde in gelederen vormen dan een dicht opeengedrongen menigte.
     
  8. Apentafel:
    bordesje rond standaardkompas, vanwaar kompaspeilingen worden (werden?) genomen, koersen gecontroleerd, etc.
     
  9. "Uit den ketting!":
    waarschuwingscommando voor ten anker komen om mensen uit buurt ankerketting te laten gaan; daarna volgde het uitvoeringscommando: "Vallen het anker!"
     
  10. Anker-op gaan:
    anker lichten en onder zeil (stoom) gaan.
     
  11. Ná traktement:
    wil zeggen juist traktement te hebben ontvangen en dus goed bij kas te zijn.
     
  12. Torn nemen:
    een slag van een tros nemen b.v. rond een bolder om voorlopig aan te houden, veelal alvorens definitief te beleg gen; bij een meisje "aanpappen", c.q. een arm geven.
     
  13. Beleggen zonder opkomen:
    tros, waarvan torn is genomen beleggen zonder iets te laten schieten.
     
  14. Smaktouw:
    eind, dat ter vergemakkelijking bij langszij komen, aan een sloep of vaartuig wordt toegeworpen.
     
  15. Psalmenzingen:
    dek schuren met zand en kleine bakstenen; deze worden daarom dan ook "psalmboekjes" genoemd.
     
  16. Spreeuwenschieten:
    wegstoppen van loshangende eindjes in het tuig.
     
  17. Snaren temmen:
    opschieten en eventueel ophangen van aan dek liggend lopend want, b.v. na een manoeuvre. (28 en 29 hebben dus beide betrekking op netjes maken en rommel opruimen).
     
  18. De boot afhouden:
    zich aan de werkzaamheden onttrekken, luieren.
     
  19. Lappenaaien:
    samentrekking van lappen en naaien, is repareren van kleding, waartoe equipage Vrijdagmiddag gelegenheid krijgt (kreeg?).
     
  20. Overal:
    reveille; iemand, die ná overal aan boord komt is dus helen nacht aan het passagieren geweest.
     
  21. Slap op het roer:
    is een schip, als het telkens "uit het roer loopt" en dus moeilijk in juisten koers is te houden.
     
  22. Breeveertien:
    brede strook der Noordzee met egale diepte van, naar men vroeger dacht, 14 vaam; zo'n stuk zee wordt genoemd "vlakte"; de Breeveertien opgaan betekent de vlakte opgaan en wordt alléén gezegd van meisjes.

Zang 4: Haar Eerste en Tweede Huwelijk.

Men zocht en vond voor haar een man,
        niet knap maar wel schatrijk
met veel relaties, dus geschikt
        voor een goed huwelijk.
Hij was een slappeling, van wien
        maar bijster weinig uitging,
schoon over bakboord uitgaand 35 hij
        den branieschopper uithing.
Maar erger nog: een saaie sul!
        Dat heeft zij ras geleerd,
toen in de huwlijkshaven zij
        eens goed lag afgemeerd.
Historie wil, ze was niet trouw.
        Men houdt hardnekkig vol:
bij haar liepen een man of twee
        steeds in de bovenrol 36.
In Rome toentertijd werd er
        op zoiets niet gelet,
daar stapte men vaak met zijn been
        in het verkeerde bed.
Doch Pa en Cees, die hadden hun
        belang heel goed begrepen
en hebben vlug, als een citroen,
        haar echtvriend uitgeknepen.
Dat ruim was spoedig lensgepompt.
        Prompt concludeerden beiden:
de kloten zitten voor het blok 37,
        nu moet Zus maar weer scheiden.
Al stemde zij hier graag in toe,
        ze werd toch maar geschoven
als een pion; wou zij soms niet,
        ze moest er toch aan gloven.
Op haar herkregen vrijheid had
        zij zich misschien gespitst,
maar men heeft vlug een nieuwen man
        haar in de maag gesplitst 38.
Waarop het met dit huwelijk
        als met het eerste ging:
voor háár was 't enkel opkomst voor
        herhalingsoefening.

 

Top  

verklaring van een aantal marine- en zeemanstermen:

  1. Over bakboord uitgaan:
    uitgaan met onnette meisjes, zwabberen.
     
  2. In de bovenrol lopen:
    zij die boven de in de rol aangegeven officiële sterkte aan boord c.q. in kazerne of inrichting zijn geplaatst.
     
  3. De kloten zitten voor het blok:
    betekent absoluut niet verder kunnen, omdat een blok tegen de z.g. wantkloten (kleine tegen binnenkant van onderwant genaaide blokken ter geleiding van lopend touwwerk) zit, zodat verder doorhalen totaal onmogelijk is.
     
  4. In de maag splitsen:
    opschepen met.

Zang 5: Haar Derde Huwelijk met Treurigen Afloop.

Haar derde was een vlotte vent
        steeds dol op een verzetje;
hij paste daarin goed bij haar,
        ook zij hield van een pretje.
Een enkel maal eens een nat zeil 39
        wou zij hem graag vergeven,
want stevig op zijn hieling 40 stond
        hij als haar hulp in 't leven.
Als een marsschootknecht 41, waaraan zij
        bij slingeren en stamp en
op een bewogen levenszee
        zich veilig vast kon klampen.
Zeer zorgzaam en verliefd wist hij
        haar moeilijkheên te sparen;
hij was een steun en toeverlaat,
        waarop zij dicht kon varen 42.
Helaas, dat in de politiek
        haar man het niet kon vinden
met schoonpapa, die daardoor zich
        vervaarlijk op ging winden.
"Weer scheiden", riep de boze Paus
        - Cees viel hem bij meteen -
thans echter ging dat niet zo glad,
        Lucretia zei: "Neen,
"die man bevalt mij! En al schrijft
        gij mij steeds voor de wetten,
"het lust mij niet om hem als schelm
        nu aan den wal te zetten 43.
"Ik kijk wel uit", vervolgde zij,
        "en zal er goed op passen,
"dat nu gij beiden niet opnieuw
        mij bij den wind zult brassen 44 !!"
Doch wetende, dat Pa en Broer
        niet waren te vertrouwen,
besloot zij om haar lieven man
        vooreerst aan boord te houwen.
Die brave had het ook wel door
        en - niets op zijn gemak -
dacht hij, als hiervan ruzie komt,
        ben IK de kurkenzak 45.
Zij beiden dachten, 't beste was
        - op hoop van beter tijden -
om bijleggend onder klein zeil
        den storm maar af te rijden.
Zij schalmden 46 alle luiken goed
        en grendelden de deuren;
nu kan ons, dacht het jonge paar,
        niets ernstigs meer gebeuren.
Maar Cees is een groot acrobaat
        en - waar 't stel niet op rekent -
entert tegen den gevel op,
        wat voor hem niets betekent.
Een heten zomeravond stond
        tweehoog hun poortje open;
na kooien-af 47 kwam Cees erdoor
        hun slaaphut ingekropen.
Zijn moddervoeten ziend riep zij:
        "Kijk uit, jij smerig beest,
"nu is het hier waarachtig net
        vandaag schoonschip 48 geweest !!"
Ze haalde uit haar loopzakje 49
        hetzelfde ogenblik
een zeilplaat 50, sloeg hem op zijn kop,
        maar Cees gaf zelfs geen kik.
Hij heeft zijn zwager dadelijk
        vast bij den strot gegrepen
en draaide diens luchtleiding dicht
        tot hij was uitgeknepen.
Lucretia krabde, schopte, sloeg,
        dat hielp haar man geen zier;
als een eind slapping 51 lag hij dra
        op dek, dood als een pier.
Bij het lumieren van den dag 52
        zei Cees to en tot zijn Ouwe:
"Pa, sinds vijf glazen Eerste-Wacht 53
        is Zus vrij, weduwvrouwe."

 

Top  

verklaring van een aantal marine- en zeemanstermen:

  1. Een nat zeil hebben:
    boven zijn thee, aangeschoten zijn.
     
  2. Hieling:
    voet van mast;
    stevig op zijn h. staan:
    stevig op de benen staan.
     
  3. Marsschootknecht:
    zwaar samenstel van palen en dwarsbalken op dek rond ondermast, waarop lopend touwwerk werd belegd, o.a. de schoten der marszeils.
     
  4. Kunnen dichtvaren op:
    er volkomen op kunnen vertrouwen.
     
  5. Als schelm aan den wal zetten:
    op een gemeenlijk onherbergzame kust aan land zetten en aan zijn lot overlaten; gebeurde vroeger wel met opvarenden, die men b.v. wegens oproerigheid kwijt wilde.
     
  6. Bij den wind brassen:
    ertussen nemen, erin laten lopen.
     
  7. Kurkenzak:
    met kurk gevuld zakje, bij aandrijven tegen kade of ander vaartuig buiten boord gevierd ter voorkoming van beschadiging, komt dan gewoonlijk erg knijp te zitten; de kurkenzak zijn wil zeggen: het kind van de rekening zijn.
     
  8. Schalmen:
    overdekken met presennings (zeildoek) en die goed vastspijkeren c.q. met latten erover, tegen overkomend zeewater bij stormweer.
     
  9. Kooien-af:
    is wanneer de manschappen hun kooien (hangmatten) na avondappel te voorschijn halen en ophangen, waarna zij zich - zover niet tot het wachtsvolk behorende - ter ruste kunnen begeven.
     
  10. Schoonschip geweest:
    wanneer alles goed is schoongemaakt en opgeruimd.
     
  11. Loopzakje:
    linnen zakje, waarin manschappen kleine benodigdheden bergen.
     
  12. Zeilplaat:
    ijzeren plaatje met ondiepe putjes, als een soort groot model vingerhoed; werd met een riempje op handpalm vastgemaakt bij zeilnaaien.
     
  13. Slapping:
    oud, slap en soepel touwwerk, dat aan boord voor allerlei doeleinden wordt gebruikt.
     
  14. Lumieren v/d dag (van lumière):
    lichtworden, krieken v/d dag.
     
  15. Vijf glazen Eerste-Wacht:
    half elf 's avonds (E-W, van 8 tot middernacht).

Zang 6: Het Wanhopige Weeuwtje.

Maar zo eenvoudig zou het met
        Lucretia niet blijken;
zij huilde maar. Kortom ze lag
        volkomen uit de lijken 54.
Ze overlaadde Pa en Broer
        met heftige verwijten,
's nachts evenwel, alleen in kooi,
        kon z'op de lakens bijten.
Zo ondervond zij, "vrouw-alléén"
        dat was maar niets gedaan,
doch dadelijk een nieuwen man
        dáár wou ze ook niet aan.
Tot candidaten riep zij bits,
        wat raad men haar ook gaf:
"Bras jij maar vol 55! Laat mij met rust,
        ga vlug den valreep af!!"
En somde aanbevelend Pa
        soms goeie vrijers op,
dan gooide zij kommaliewant 91
        balorig naar zijn kop.
Maar hoe ontredderd zij nu was,
        totaal ontramponeerd,
ze was en bleef een vrouw, die nog
        door velen werd begeerd.
Wanhopig dacht zij dag aan dag,
        hoe kom ik hier ooit uit
en aldoor in de wending lag 56
        zij over haar besluit.
Dat zij niet slaags kon vallen 57, was
        voor Pa en Cees een schok:
met plannenmakerij was het
        boelijn over de nok 58.
Al trof haar grote zielsverdriet
        die twee nu niet zozeer,
het bracht geen kluiven in de snert,
        dus gingen zij tekeer.

 

Top  

verklaring van een aantal marine- en zeemanstermen:

  1. Uit de lijken:
    ligt een zeil, als het uit de omboording van touwwerk (de lijken) is gewaaid en dus geheel aan flarden; t.a.v. personen betekent het "volkomen kapot ervan zijn".
     
  2. Bras maar vol:
    hoepel maar op.
     
  3. Deze 4 regels, "En somde aanbevelend (...) naar zijn kop", ontbreken in de gedrukte uitgave, maar zijn later met pen toegevoegd door de auteur.
    Kommaliewant = scheepsbenaming voor eet- en drinkgerei
     
  4. In de wending liggen over:
    besluiteloos zijn, niet weten welken kant men uit zal gaan.
     
  5. Slaags vallen:
    over goeden boeg of in goeden koers komen te liggen.
     
  6. Boelijn over de nok (van de ra):
    volkomen in het honderd gelopen.

Zang 7: Eind Goed Al Goed.

Dan eindelijk had zij geen kracht
        zich langer te verweren
en ging z' aan boord der huwlijksboot
        bedroefd weer embarkeren.
Was onlangs zij op drift geraakt
        en dreef ze stuurloos rond,
ze lag opnieuw voor dreg, waarna
        de boel weer vierkant stond.
Als uit de conservatie 59 met
        de averij geklaard,
gerepareerd en vers getjet
        kwam zij weer in de vaart.
Tenslotte in dien vierden echt
        - met een Alfonso d'Este -
kwam alles prachtig nog terecht
        en werd het goed ten leste.
Was vroeger tussen schip en kaai
        haar deugdzaamheid geraakt 60,
als brave huisvrouw heeft eerlang
        zij alles goedgemaakt.
Ze blonk nu aan Ferrara's hof
        door intellect en gratie,
bemind was z'om liefdadigheid
        bij heel de populatie.
De armen prezen luid haar naam;
        snertnimfen 92, enzovoort,
die stonden hoopvol wachtend saâm
        in drommen voor de poort.
Geleerden, schilders, beeldhouwers
        genoten steeds haar gunst,
zodat het hof een centrum werd
        van wetenschap en kunst.
Stond staag z' op stootgaren 61 weleer
        voor fuiven en voor lolletjes,
nu liep door haar bekwaam beheer
        haar huishouden op rolletjes.
Het koper blonk, parket dat glom
        in zalen en vertrek
van boord tot aan de vissings 62, van
        d' apostels tot het hek 63.
Zij kleedde zich zeer zedig nu,
        trouw ging zij naar de kerk,
een krakpakje 64 trok zij steeds aan
        bij het huishoud'lijk werk.
Van luxueuze maaltijden
        wou zij nu niets meer weten:
bramstaglopers 65, gort, zeehaas 66 was
        voortaan haar liefste eten.
Ze werd een Hertogin, vereerd
        door hogen en door minderen
en tussen alles door schonk z' ook
        haar man nog een stel kinderen.
Wie nu over Lucretia
        een oordeel wil gaan vellen,
moet zich den tijd, waarin zij leefd',
        eerst goed voor ogen stellen.
Want ònze braafheid is voor haar
        als maatstaf niet van pas:
ZIJ leefd' in wat "Een Glanstijdperk
        Der Zedeloosheid" was.
Ze werd niet oud. Pàs veertig jaar
        reeds eindigde haar leven....

Voor haar geldt echt wel: tout savoir
        moet ons veel doen vergeven.

 

Top  

verklaring van een aantal marine- en zeemanstermen:

  1. In conservatie: liggen op een werf tijdelijk uitdienstgestelde schepen; zij word en nagezien, gerepareerd, enz. en gereedgemaakt voor latere indienststelling.
     
  2. Tussen schip en kaai raken:
    zoekraken.
     
  3. Deze 4 regels, "De armen prezen (....) voor de poort", stonden niet in het boekje, maar werden later door de auteur met pen tussengevoegd.
    Snertnimfen zijn volgens Van Dale de vrouwen of meisjes die bij marineschepen de overgebleven snert komen vragen.
     
  4. Op stootgaren staan:
    vastgezet met dun garentje, zodat iets met een ruk in beweging kan komen; t.a.v. personen: klaar om in te vallen, mee te doen.
     
  5. Van boord tot de vissings (gaten in dek, waar de masten door gaan):
    de uitdrukking betekent dus over de gehele breedte van het schip.
     
  6. Van de apostels tot het hek:
    over de gehele lengte van het schip (apostels: twee paaltjes of bolders ter weerszijde van boegspriet; en hek: achterste punt van schip).
     
  7. Krakpakje:
    werkpakje van zeildoek, gedragen door manschappen bij werkzaamheden, waarbij gewone werkkleding te veel zou lijden (kettingstuwen, lapzalven, teren, e.d.); in marinetaal dikwijls gekscherend "een oud politiekje", dus hier: een oude jurk.
     
  8. Bramstaglopers:
    grauwe erwten, bij Marine gewoonlijk "boontjes" genoemd.
     
  9. Zeehaas:
    stokvis.

Contact: Kees van der Hoeven

(p) 2009

.

van der stad twqrest